Inhoud

1 Wanneer is sprake van een medische spoedsituatie? 1
2 Gestructureerde benadering 9

Airway
3 De patiënt met een bedreigde ademweg 29

Breathing
4 De patiënt met dyspnoe 43
5 De patiënt met respiratoir falen 61

Circulation
6 De gestructureerde benadering van het ECG 69
7 De patiënt in cardiaal arrest 79
8 De patiënt met pijn op de borst 91
9 De patiënt in shock 111
10 De patiënt met palpitaties en ritmestoornissen 127

Disability
11 Het neurologisch onderzoek voor de spoedeisende hulp 139
12 De patiënt met bewustzijnsverlies 145
13 De patiënt met neurologische uitvalsverschijnselen 153
14 De patiënt met insulten 161
15 De patiënt met syncope 167
16 De patiënt met duizeligheid/vertigo 17517 De patiënt met hoofdpijn 181

Exposure
18 De patiënt met koorts 195
19 De patiënt met een intoxicatie 203
20 De patiënt met een aan het leefmilieu gerelateerde aandoening 225
21 De patiënt met pijn 235

Tweede beoordeling
22 De patiënt met buikpijn 241
23 De patiënt met braken 255
24 De patiënt met icterus 261
25 De patiënt met rug- en fl ankpijn 269
26 De patiënt met urineweg symptomen en acute nierinsuffi ciëntie 273
27 De patiënt met een endocriene aandoening 281
28 De patiënt met een elektrolytstoornis 291
29 De patiënt met een zuur-base evenwichtsstoornis 309
30 De patiënt met een bloeding 319
31 De patiënt met huidafwijkingen 327
32 De patiënt met pijn in de extremiteiten 335
33 De patiënt met een chemische besmetting 345

Register